Kaneelbroodjes uit Denemarken

Omdat ik kaneel zo'n echte specerij vind, die past bij de wintermaanden, horen de Deense kaneelbroodjes ook min of meer tot de winterrecepten met een buitenlands tintje. Natuurlijk kun je ze ook in de zomermaanden eten!

Voorbereiding210 min Bereiding30 min Totaal240 min
Kaneelbroodjes uit Denemarken

Bereidingswijze

Melk opwarmen samen met de kaneelstokjes en 50 gram boter. Doe bloem, 75 gram suiker, gist, zout en 1 theelepel kaneel in een kom en meng met de deeghaken alles dooreen.

Haal de kaneelstokjes uit de melk en voeg de bloem met de andere ingrediënten toe en kneed een mooie bal van deze massa.

Haal de bal uit de kom en vet deze in met wat olie. Rol nu de bal door de kom zodat de buitenzijde bedekt is met de olie.

Kom afdekken en laten rijzen op een warm plekje tot de bal deeg is verdubbeld.

Roer 1 theelepel kaneel door 150 gram suiker.  3 Eetlepels  van deze kaneelsuiker apart houden. Roer de rest van de kaneelsuiker door de overgebleven 150 gram  boter.

Sla de lucht uit het deeg en rol dit uit  op een met bloem bestoven werkblad,  35 x 45 cm. Leg het met de lange kant naar je toe en besmeer met de kaneelboter.

Vouw het bovenste derde deel van het deeg naar onderen en dan het onderste derde deel naar boven.

Snijd het deeg in twaalf repen van 3,5 x 11 cm en elke reep in de lengte bijna helemaal doormidden. Draai de twee ‘benen’ elk drie keer, zodat je een gedraaide knoop krijgt. Stop de uiteindes onder het broodje.

Leg de broodjes op twee met bakpapier beklede bakplaten. Dek ze af en laat ze rijzen tot ze in volume zijn verdubbeld. Dit heeft zo’n 2,5 uur nodig.